historiek

De eigenlijke basis voor het Harings openluchttoneel moet omstreeks 1955 gelegd zijn. Toen vond de Ernest Van der Hallengemeenschap, een groep Vlaamsvoelende jongeren, Haringe de ideale uitvalsbasis om te voet op bedevaart naar de IJzertoren te trekken. Zij deden dat altijd in de nacht voor de IJzerbedevaart, en bij wijze van intro werd in Haringe op de vooravond van de IJzerbedevaart meestal een cultureel gebeuren georganiseerd. In de beginjaren deed men daarvoor een beroep op het indertijd goed gekende toneelgezelschap ‘Groep Herman Bruggen’. Die troep bracht in Haringe, in open lucht en meestal voor de kerk, erg gesmaakte opvoeringen van ondermeer ‘Tijl Uilenspiegel’ of ‘Mevrouw Pilatus’. Toen de groep uit elkaar viel werd het toneel vervangen door heuse  kleinkunstavonden. De loods van loonwerker Roger Donche werd daarvoor elk jaar als cultureel centrum ‘avant la lettre’ omgetoverd en op de affiches prijkten gekende namen als Miel Cools, de Elegasten of Willem Vermandere. Die avonden lokten elke keer weer een grote massa. Maar de traditie kende een heel abrupt en dramatisch einde toen gastspreker Ieperling Jef Lesage op zo’n avond tijdens het volle vuur van zijn speech op het grote podium plots in elkaar zakte en overleed.

Enkele jaren later probeerde Renaat Lecluyse om de traditie met een ‘Westvlaams Zangfeest’ nieuw leven in te blazen, maar het bleef bij één poging.

Jaar van het dorp

Tot onder impuls van de onvermijdelijke pater Joris Declerck en Paul Recour de idee opborrelde om opnieuw met echt openluchttoneel uit te pakken. Het was toen 1978, het jaar van het dorp, en Haringe wou op die manier zijn identiteit weer opnemen. In dat jaar bracht het indertijd erg gerenommeerde ‘In Deugd en Vreugd’ uit Poperinge ‘het Gezin van Paemel’ in de streektaal, en de groep had plannen om in het kader van het jaar van het dorp het stuk ook in geïnteresseerde dorpen te brengen. De Haringse Kultuurgemeenschap legde de groep vast en gaf het stuk nog een extra dimensie. Het binnenerf van de hoeve van Kamiel Vanwildemeersch werd voor de eerste keer openluchtdecor en platte boerenwagens met daarop een erg bonte verzameling stoelen fungeerden als gelegenheidstribunes voor het publiek. De opvoering werd een succes. De voorstelling was uitverkocht en de combinatie van een erg mooi toneelwerk, prachtige acteerprestaties en de heel aparte sfeer van het stemmige en authentieke openluchtdecor smaakten bij iedereen naar meer.

Maar dat was niet zo evident. Haringe ging het aanvankelijk zoeken in het Brabantse Meldert. Daar bracht een plaatselijke toneelvereniging onder leiding van Fons De Koninck ‘De Vlaschaard’ van Streuvels in open lucht. Er werd contact opgenomen en de groep ging onmiddellijk akkoord om het stuk het volgende jaar in Haringe te brengen. Maar enkele maanden later bleek dat de groep daar wat te enthousiast gereageerd had. Plots zagen ze de verre verplaatsing niet meer zitten en Haringe dreigde met lege handen achter te blijven.

Vlas

Tot pater Declercq uit zijn krammen schoot. “Wij spelen zelf,” stelde hij kordaat, en de uitdaging werd aangenomen. Fons De Koninck van Meldert stuurde zijn bewerking van De Vlaschaard op en diverse gekende toneelspelers uit de brede regio werden aangesproken met de bedoeling om het stuk door een gelegenheidsgezelschap te laten opvoeren. De respons bleef echter eerder beperkt. Maar Haringe zette door. Met Robert Bafcop, indertijd één van de grote namen van het Volkstoneel voor Frans-Vlaanderen en Rik Vandermarliere en Gilbert Huyghe van het Poperingse gezelschap Ic Dien als ‘vreemde spelers’ en met daarbij enkel nog Nelly Behaeghel, Willy Neuville en Leo Parent als eigen acteurs met enige toneelervaring werd van start gegaan. Paul Vanwildemeersch, die ondertussen samen met echtgenote Nelly Behaeghel op de ouderlijke hoeve woonde, stelde opnieuw de woning en het unieke decor ter beschikking, het trio Paul Recour, Milo Aernout en Robert Bafcop regisseerde en het enthousiasme was geweldig, weten Willy Neuville en Nelly Behaeghel nog goed. “Het was niet evident want het stuk had een hele grote bezetting en bovendien kwamen er muziek en choreografie in voor. Maar we vonden toch genoeg acteurs om alles in een mooie en boeiende vorm te gieten. En het decor was werkelijk schitterend, want we speelden zelfs in een echte vlasschaard.” Hoe die er kwam, klinkt bijna ongeloofwaardig. “Alles werd in één avond gefikst,” herinnert Willy Neuville nog heel goed. “We besloten om met echt vlas te spelen, Paul en Nelly gingen meteen akkoord en nog diezelfde dag gingen we aan de slag. Met man en macht werd – een beetje tot wanhoop van vader Kamiel Vanwildemeersch – de serre, die voor het huis stond, afgebroken. De groenten in het tuintje errond waren vlug uitgetrokken, het stuk land werd omgeploegd en geëgd en het was al flink donker toen we het vlas zaaiden. Extra dik, en het resultaat was verbluffend. Toen de opvoeringen eraan kwamen, hadden we een schitterende vlasschaard die het stuk een extra dimensie gaf,” getuigt Neuville.

Stukken

Na ‘De Vlasschaard’ kwam ‘Peegie’, met de kleine Stefan Gheysens als de jonge Peegie, en daarna ‘Boerenpsalm’ en ‘n’Tjolaore’. Het eerste lustrum wordt gevierd met ‘Dorpsserenade’ en met daarbij zelfs de Provense Volksvreugd op scène. Later kwamen nog ondermeer de prachtige ‘Hommelpuk’, met een heus hoppeveld als decor en de acteurs ook een beetje als z     angers, ‘De kerke van Elzendamme’ met een kerk met invouwbare toren als technisch meesterstuk in het decor, ‘Karel de Blauwer’ met heuse honden op scène, ‘De filosoof van Hagem’, met een schitterend decor in twee verdiepingen en de jonge David Vanwildemeersch in een glansrol, ‘De latste beeten’ met een gelegenheidsbietenplantage in de pelouse bij de familie Vanwildemeersch en nog heel wat meer volkse stukken. Het twintigste speeljaar vierde de groep met de reprise van ‘Het gezin van Paemel’, maar nu met eigen bezetting. Normen voor de stukkeuze waren altijd het volkse karakter, de aanpasbaarheid aan het grote buitendecor en de mogelijkheden van de groep. Al werd daar en toe wel eens een loopje genomen, en maakte huisschrijver Milo Aernout geregeld zonder al te veel problemen van een vrouwen- een mannenrol of omgekeerd. En af en toe wel al eens een personage  uit het script geschreven… of hoe de toneelgroep toen al de technieken van de huidige televisiesoaps toepaste.

Boeiende figuren
De 25 jaren openluchttoneel tonen niet alleen evenveel affiches met een prachtig overzicht van wat aan Vlaams volkstoneel zo al bestaat, maar ze herinneren ook aan heel wat boeiende figuren. Aan Robert Bafcop bijvoorbeeld, een echt toneelbeest die meer dan zijn stempel drukte op het openluchttoneel van Haringe. Of aan Milo Aernout, die bijna alle stukken hertaalde of gedeeltelijk herschreef, zelf nog regisseerde en diverse keren de hoofdrol voor zijn rekening nam. Allebei namen ze te vroeg afscheid van het leven en van het toneel, net als meester Gheysens en Greta Delagrange, die ook verschillende keren in Haringe op scène stonden.

Willy Neuville is dan weer één van de vaste en herkenbaarste gezichten van de groep en de mannelijke acteur met het meeste jaren van dienst. Hij speelde al in zijn collegetijd, was jarenlang de grote animator op de KLJ-scènes, stond ooit op scène bij de Roesbrugse ‘Jonge Troostverwachters’ en bij ‘In Deugd en Vreugd’ en deed zelfs televisiewerk voor de VRT en WTV. Hij was er in Haringe van bij de start al bij en blijft een steunpilaar van het gezelschap.

Ook Nelly Behaeghel viert haar openluchtjubileum, na ook al een lange jonge carrière die begon op de scène van de Gouden Arend in Roesbrugge, eerst in de schoolsprookjes van Romain Depuydt en later bij ‘De Jonge Troostverwachters. En ook zij acteerde in enkele televisieproducties op VRT en WTV. Zij tekent bovendien voor wat misschien ooit als een record zou kunnen gehomologeerd worden. Want naast haar stonden ook al haar man Paul Vanwildemeersch en de kinderen Stefanie, Piet en David op scène. Geef toe, niet alledaags. En zeker even verdienstelijk en ongewoon is dat het gezin Vanwildemeersch-Behaeghel al 25 jaar als gastgezin voor het openluchttoneel fungeert. Niet evident, want dat houdt in dat het gezin elk jaar meer dan twee maanden hun woning zomaar vrijwillig openstelt voor de toneelgroep. Zij offeren daarvoor niet alleen een flink stuk van hun privacy op, maar ze worden daardoor ook al eens tot heel lange dagen en korte nachten gedwongen. Want de repetities het openluchttoneel durven meer dan eens erg lang uitlopen.
Marc Gekiere drukte dan weer een heel eigen stempel op het gezelschap. Hij voerde elf jaar de regie, stond in voor de stukkeuze en voor een pak praktisch werk. Hij gaf de spelers en de groep bovendien een nieuwe dynamiek en een elan die nog altijd voortduurt.

Op de programma’s van de voorbije jaren prijken naast die personen ook nog tientallen andere namen. Van acteurs of van de technische ploeg, die elk jaar in dikwijls ondankbare omstandigheden prachtig werk aflevert. Sommigen van hen bleven één jaar, anderen langer en een vaste kern houdt het al meerdere jaren vol. Niet evident, want toneelspelen vraagt heel wat inzet en eist van de acteurs erg veel vrije tijd op.

Anekdotes

Een kwarteeuw toneel betekent natuurlijk ook een hele valies vol anekdotes. Sommige delicaat en niet direct voor publicatie geschikt. Maar andere blijven zelfs na heel wat jaren nog geregeld bovendrijven tijdens de traditionele pintjes achteraf. Zo blijft de voorstelling van Peegie onlosmakelijk verbonden met de lancering van de Haringse Blauwertjesjenever. Om die wat te promoten werd op scène echte jenever gedronken. Met straffe gevolgen, want aan het einde van die voorstellingen weken bij enkele acteurs nogal wat teksten flink af van het oorspronkelijke script en lang niet iedereen haalde nuchter het einde. En dan is er nog het verhaal van die gekende Poperingse journalist die voor een artikel en een foto naar een voorstelling kwam maar niets te zien kreeg. Want door het slechte weer werd de voorstelling afgelast. Gelukkig vond de brave man troost en info in de bar. Waar hij voor de eerste keer Haringse Blauwertjes proefde. En die bevielen hem zo goed, dat hij plaats en tijd vergat. En ook de weg naar huis niet meer vond. Gelukkig voor hem brachten enkele brave en meer nuchtere zielen hem die nacht veilig thuis. Versprekingen waren er met honderden, af en toe ging al eens een licht te vroeg aan of uit, de toneelmeesters plaatsten niet altijd de attributen op de vooraf afgesproken plaats, de hond van de familie Vanwildemeersch arriveerde ooit eens totaal onverwacht midden een voorstelling op scène  en sommige acteurs raakten niet altijd op het gepaste moment op scène. Eén keer zelfs omdat een deur toevallig (?) op slot geraakt was. Tijdens ‘Boerenpsalm’ ging één acteur zo in zij rol op dat hij een collega bijna groggy sloeg en tijdens een jubileumvoorstelling kreeg het ‘gezin van Paemel’ bij de pap lekkere hondenbrokken geserveerd. Naar de reacties achteraf te merken smaakten die niet echt naar meer. De schuldige van dat niet echt alledaagse eetfestijn is trouwens nog altijd niet ontdekt. Jenever met azijn is ook al zo’n culinair hoogstandje dat op scène niet echt gesmaakt werd en de haas in ‘Het gezin van Paemel’ was na drie dagen in en uit de diepvries ook niet meer echt in staat om op te treden. De reuk alleen al was er toen voor sommige mensen op scène te veel aan. En er loopt momenteel zelfs al een heuse toneelman rond. Want Toon Pol Pee Korneel Ryon werd geboren op de dag van de première van ‘De Hommelpluk’ in 1985. Het hele toneelgezelschap ging hem na de opvoeringen op maandag samen met de trotse vader uitgebreid op het Poperingse stadhuis aangeven en zijn hele trits voornamen zijn stuk voor stuk namen van personages uit het toneel van dat jaar.

Regenfetish

In al die jaren werd het openluchttoneel van Haringe een begrip. Heel wat mensen uit de streek, en sommigen van heel ver erbuiten, misten weinig voorstellingen. Elk jaar waren  er reservaties uit andere provincies en ook sommige Frans-Vlamingen werden trouwe fan. De tribunes liepen omzeggens elke keer vol, en de groep lokte heel wat meer volk dan de meeste andere toneelgezelschappen in de regio. De keuze voor volkse en herkenbare stukken, de sappige streektaal, de sfeer van het mooie openluchtdecor en waarschijnlijk nog enkele andere redenen waren daar waarschijnlijk de oorzaak van. Voor de spelers en de techniekers, die elk jaar vele avonden en vrije dagen opofferen voor het toneel, is het alvast een stevig hart onder de riem dat de producties blijven aanslaan.  Slechts drie voorstellingen werden ooit omwille van regen afgelast, en voor de rest kon altijd bij droog weer en sporadisch eens tussen de buien in gespeeld worden. Volgens sommige Haringenaars vooral de verdienste van pater Declercq, meester Gheysens, Milo en Greta die van bovenuit het toneel bleven volgen, al geloofde dorpspastoor pater Van Acker dan weer in meer aardse assistentie. Hij had bij elke voorstelling een Congolese regenfetish op zak, en die werd elke keer zodanig afgedreigd dat hij de regen wel ver uit de buurt moest houden.

zaal

In 2008 werd beslist om het openluchttoneel op te doeken. De tribunes raakten verouderd, het opzetten van de toneelset en alles errond werd elk jaar moeilijker vroeg heel veel inspanningen en de groep had met De Levaarrd eigenlijk een eigen zaal achter de hand. Toch werd een sabbatjaar ingelast, want de verhuis lag bij de groep mentaal moeilijker dan verwacht. In 2009 echter werd de draad opnieuw opgepikt en bracht de groep voor het eerst een stuk in zaal.

Ondertussen is De Levaard de vertrouwde nieuwe thuisbasis van de Toneelgroep Haringe, en het vaste publiek heeft al lang zijn weg daarnaartoe gevonden. Dit jaar wordt al voor het achteste jaar tereke indoor gespeeld, en met Villa Beaufort heeft de groep opnieuw een schitterend stuk klaar.