Haringe, charmant dorp.

Haringe is heel apart. Want eigenlijk bestaat het officieel niet echt. In 1853 al werd het samen met Roesbrugge de allereerste fusiegemeente van ons land, en sindsdien is Roesbrugge-Haringe de officiële GPS-naam. Maar zowel Roesbrugge als Haringe hebben altijd al hun eigen identiteit gehad, en die is tot op vandaag heel goed bewaard gebleven.

Haringe bestaat al heel lang. Silexen en gesmolten brons, gevonden langs de Heydebeek, wijzen op bewoning in de oudheid. Op sommige velden liggen nu nog stukken Romeinse dakpannen voor het rapen, duidelijke sporen van een oude Romeinse waterput en de oude crypte in het hoogkoor van de kerk tonen dat er ooit Romeinen woonden

Die sporen zijn in de geklasseerde Sint-Martinuskerk ook anders duidelijk zichtbaar. Een deel van de muren bestaat nog uit grote stukken ijzerzandsteen en in de kerk staat de voet van een oude pilaar van een vroegere kerk. In de kerk ligt ook een merkwaardige latei die vermoedelijk ooit de ingang of een zij-ingang van die vroegere kerk sierde. Het is een grote ijzerzandsteen met primitieve Keltische symbolen. Volgens historici een bewijs dat Ierse monniken via Haringe onze contreien lang geleden kwamen kerstenen.

De Sint-Martinuskerk is de trots van het dorp. Het gebouw, waarin de romaanse, gotische en barokke stijlen niet alleen de geschiedenis van het kerkgebouw vertellen maar ook perfect harmoniëren, is geklasseerd. De kerk, is één van de oudste van ons land en is niet alleen van buitenuit een heuse geschiedenisles, maar vooral het interieur is erg rijk. Er zijn heel wat oude beelden, de barokke houten lambrisering is prachtig en het Van Peteghemorgel is wereldberoemd.

Vlakbij de kerk staat het graf van dorpspastoor Joris Declercq. Hij ging ook als dichter-schrijver-schilder Djoos Utendoale door het leven, en gaf aan Haringe een heel aparte dynamiek. Hij schreef verschillende reeksen prachtige spreuken, enkele boeken en hij schilderde niet alleen hier, maar ook in Burundi, waar hij lange tijd missionaris was, een heel oeuvre bij elkaar. Zijn grafsteen ontwierp hij zelf, en de steen stond zelfs enkele jaren in zijn pastorie. “Om eraan te wennen,” argumenteerde de pater toen. Op de grafsteen staan trouwens enkele merkwaardige citaten van de pater-kunstenaar gebeiteld.

In het dorpscentrum staat het bronzen beeld van Karel de Blauwer. Die sagenfiguur leeft in de boeken van Jules Leroy en Djoos Utendoale, en staat voor alle smokkelaars die in de streek bij het blauwen hun leven riskeerden. Ook het ijzeren smokkelbrugje over de Heydebeek bij het authentieke blauwerscafé d’Heybeke verwijst naar die harde tijden. Een oude kerkewegel, die vertrekt aan de Blauwerspaal bij het standbeeld, leidt via dat brugje nog altijd naar Frankrijk. Die Blauwerspaal is trouwens het vertrekpunt van heel wat wandel- of fietswegen in de grensregio.